Abdij van Vlierbeek
© Heemkundige Kring Vlierbeek        
  Er werd een beeld onthuld op de abdijsite Vlierbeek.  Zomaar een beeld? Waarom? Wat kost dat allemaal? Analoge vragen hoort men ook wel i.v.m. de jarenlange restauratie van de O.L.Vrouwekerk Vlierbeek, de abdijgebouwen en de abdijsite in het algemeen. Men weet dat die hoognodige restauratie van een prachtig maar reeds erg verloederd stuk cultuurpatrimonium enkel mogelijk is geworden dankzij subsidies van de Vlaamse regering, de Provincie Brabant, en de Stad Leuven. Het initiatief daartoe was een beslissing van de Kerkfabriek, eigenaar. Om dit verder concreet mogelijk te maken werd een Restauratiefonds opgericht. Maar daarmee is de cirkel niet rond: een klein aantal vrijwilligers met een groot aantal schenkers blijven werken om geld te verzamelen. En af en toe denken ze ook aan wat gedurende bijna 700 jaar benedictijnermonniken daar toch wel hebben uitgevoerd. Het antwoord is simpel: ze hebben gewerkt en gebeden. Ora et labora. Hoe moest worden gebeden is op een zeer gedetailleerde wijze in de Regel van Benedictus (6de eeuw), voorgeschreven. Het koorgebed, van metten over de vespers tot de completen, en over de kleine uren (priem, terts, sext en noon) bepaalde in zeven onderdelen de structuur van het dagelijks leven. Merkwaardig is dat de monniken die fakkel onveranderd door de eeuwen heen hebben doorgegeven, tot op heden. Elke week werd alle 150 psalmen gebeden of gezongen, naast hymnen, kantieken, responsories en lezingen. Benedictus steekt bovendien een vermanend vingertje op voor wie dat teveel zou vinden, waarbij hij herinnert aan de voorlopers van de monniken die elke dag 150 psalmen lazen! We weten dat in de vermaarde abdij van Cluny (begin Xde eeuw) elke week 240 psalmen werden gezongen. Het gebed (ora) was duidelijk belangrijker dan de arbeid (labora). Het tijdstip van de stichting van de Vlierbeekabdij (1127) luidt voor het monnikenleven een nieuwe periode in. De kloosterscholen waren reeds kathedraalscholen (latere universiteiten) geworden. In de abdijen richtte men zich steeds meer op het verdiepen van de spiritualiteit. Herinneren aan de Completen, de koorzang waarmee elke dag eindigde voor de “grote stilte”, is een eerste poging geweest vanuit het Restauratiefonds om het eens niet of niet uitsluitend te hebben over de financiële zorgen voor de te restaureren abdijgebouwen. Ook dit jaar, voor de 7de maal op rij, brengt in de abdijkerk een gemengd koor de Gregoriaanse Completen in herinnering, op de vooravond van O.L.Vrouw-ten-hemel-opneming. Zoals in de Regel aangegeven: elke dag dezelfde drie psalmen 4, 91 en 134. Die psalmen worden voorafgegaan door een schuldbelijdenis en gevolgd door een kort responsoriaal gezang, een antifoon en de cantiek van Simeon en het Salve Regina. Naast het doorgeven van de fakkel van de gebedstructuur was essentieel het streven naar vrede (PAX). Niet het kunnen komen tot  compromissen moest worden nagestreefd. De eensgezindheid in de abdijen veronderstelde in de eerste plaats dat de vredeswens zou heersen in het hart van elk lid van de gemeenschap. Dit verklaart dat boven vrijwel alle abdijpoorten het woordje PAX is terug te vinden. Het kort herinneren aan enkele  van de vele waarden die in de abdijen werden gecultiveerd laat toe terug te komen naar het beeld dat zal worden ingehuldigd. Op de sokkel van het beeld leest men het woord PAX. Het beeld van de monnik straalt een sereen streven naar vrede uit, naast nederigheid. Niet een slaafse nederigheid, wel een zijnskwaliteit als antipode van zelfoverschatting. Zoals de kunstenaar, Rik Van Schil, het beeld heeft ontworpen verwijst het dus niet naar één of andere vrome, heilige,  geëxalteerde, mystieke of vrolijke monnik. We zijn geneigd te stellen dat het concept monnik in dit beeld gestalte krijgt. Mark Debrock, lid van het Restauratiefonds Vlierbeek (oktober 2015)