 WB-5_small.jpg)
Archief: Natuur, tuinen en landschap
24-05-2020 Jonge slechtvalken op onze abdijsite
zondag 24 mei 2020
Nieuw leven in Vlierbeek
Er is nieuw leven in Vlierbeek. Op onze abdijtoren heeft een koppel slechtvalken twee jongen ter wereld gebracht. En dat is toch wel fijn nieuws, want dit is het eerste succesvolle broedgeval in vele decennia in Kessel-Lo. De twee kuikens, een mannetje en een wijfje, werden op 6 mei geringd door Philippe Smets, vogelringer voor het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (en lid van F.I.R.). Nu ja, kuikens, de twee wogen al 840 gram (wijfje) en 660 gram (mannetje). Beide kuikens waren in prima gezondheid. De oudste van de twee was op dat moment zo’n 3 weken oud. Het verschil in gewicht is normaal want er zit immers een tijdsverschil tussen het uitkomen van de twee eieren. Bovendien is bij roofvogels het vrouwtje altijd groter.
De geboorte van 2 kleine slechtvalkjes in Kessel-Lo is zeker geen alledaagse gebeurtenis. Sinds de terugkeer van de soort als broedvogel in onze stad in 2011, zijn dit immers nog maar de 29ste en 30ste slechtvalk die in Leuven werden geboren. In dat jaar was er voor het eerst een succesvol broedgeval in een speciaal geplaatste nestbak op het Sint-Pietersziekenhuis. Sindsdien zijn er op die locatie elk jaar slechtvalkkuikentjes ter wereld gekomen. Door de werken aan het ziekenhuis werd de nestbak in 2018 verplaatst naar Campus Sint-Rafaël. Op dit moment zijn er in België naar schatting 120 broedparen, waarvan 6 in Oost-Brabant en twee in Leuven. In Leuven wordt de soort zeker gekoesterd, want het stadsbestuur riep de soort uit tot koesterbuur.
Een grindbak als perfect nest
In de jaren ‘60 van vorige eeuw was de slechtvalk volledig verdwenen uit ons land, o.a. door het gebruik van insecticides als DDT. Door wettelijke bescherming en het plaatsen van nestbakken keerde de soort sinds 1995 terug als broedvogel. Twee jaar geleden werden er slechtvalken opgemerkt rond de kerk van Vlierbeek. Het leek alsof ze op zoek waren naar een geschikte nestplaats. Van nature broeden slechtvalken op hoge rotsen. Hoge gebouwen zoals kerken en appartementsgebouwen kunnen echter als ‘vervangrots’ dienen, zeker als ze voorzien zijn van een nestkast.
Daarom plaatsten Eddy Sente van de vogelwerkgroep Oost-Brabant en lokale bewoner Willem Laermans twee jaar geleden een grindbak. Ze kregen daarbij deskundig advies van Philippe Smets. Vorig jaar zagen vogelliefhebbers heel wat baltsgedrag van onze slechtvalken, maar waren ze nog te jong om te broeden. De eerste twee jaar van hun bestaan verkennen slechtvalken een interessant gebied. Eenmaal gevonden blijven ze levenslang. We hebben dus geluk!
Nog twee eieren
Op de toren van onze abdijkerk hadden de slechtvalken vier eieren gelegd. Daarvan zijn er jammer genoeg slechts twee uitgekomen. Hoe dat komt, wordt nu onderzocht aan de Universiteit Gent. Daar kijken wetenschappers de schaaldikte van het ei na en gaan ze na of er mogelijk vreemde stoffen in het ei zitten. Zo brengen ze eventuele tegenslagen in broedgevallen snel in kaart zodat er op gereageerd kan worden. In Leuven loopt een project met anticonceptie bij duiven. Dit zou geen invloed hebben op dieren die duiven eten, zoals de slechtvalk. Laten we hopen dat de twee niet uitgebroede eieren nog een beginnersfoutje zijn van onze slechtvalken. Het is tenslotte hun eerste nest.
Recordhouder
Nog enkele weetjes over de slechtvalk. Het is een razendsnelle vogel, die horizontaal snelheden van 150 km/u haalt. In duikvlucht naar beneden gaat hij maar liefst tot 398 km/u!
De slechtvalk herschikt in duikvlucht zijn vleugels om een V-vorm te maken, zo haalt hij zeer hoge snelheden. Dit om vogels te grijpen, als voedsel. In stedelijk gebied houden ze van duiven en dat horen we in Leuven graag. Maar ook kauwen en andere vogels staan op het menu.
Er wordt soms beweerd dat deze vogels zijn uitgezet, maar niets is minder waar. Dit zijn wilde dieren.
Zelf gaan kijken?
Wie één dezer een bezoek aan onze abdijsite brengt, kan de kuikens zien "wandelen" op de hoge rand van de toren van de abdijkerk, meer bepaald tussen de twee stenen bollen aan de noordkant. Ze gaan stilletjes aan proberen te vliegen. Moeder en vader vliegen ook vaak rond, op jacht. Ga liefst niet pal onderaan de kerktoren staan, maar hou zeker wat afstand. Ze zijn nogal schuw en we zouden niet willen dat de jongen verhongeren. Over een paar weken vliegen de jongen zelf en gaan ze ook zelf beginnen jagen. Op dat moment is het reeds tijd om definitief te vertrekken. Ze gaan dan rond zwerven op zoek naar een geschikt leefgebied.
![]() |
© Tekst: Natuurpunt Vlierbeek.
© Foto's: Wim Boonen.